|
Uit de oude doos
Oeselgem lag in de kasselrij onder de roede van Tielt.
In 1421 was de heerlijkheid Oeselgem in het bezit van Roeland van Uitkerke
en in 1436 was Jan van Uitkerke Heer van Oeselgem. In 1477 behoorde ze toe
aan Filips van Gistel. Oeselgem is verbonden mùet de familie de Kerckhove
de Denterghem. Emmanuël Joannes Balduinus was de laatste Heer de Kerckhove
d'Ouselghem.
In
1259 staat het gehucht bekend onder de naam Oulsenghien, in 1304 Oecelghem.
Oeselgem
lag in de kasselrij Kortrijk onder de roede van Tielt. In 1912 vond men te
Oeselgem een kam van hertenhoorn, die vermoedelijk afkomstig is uit de
Frankische periode. In 1259 vinden wij de naam vermeld van Willem van
Oeselgem.  Catharina
van Oeselgem leefde in de veertiende eeuw. Zij had een geding met Agnes van
Bellegem betreffende het goed Mortaegen te Bellegem. In 1337 kwam het tussen
beide vrouwen tot een vergelijk.(stadsarchief Brugge)
In 1421 was Roeland van Uitkerke in het bezit van de heerlijkheid Oeselgem.
Jan van Uitkerke was de hher van Oeselgem in 1436. In 1477 behoorde de
heerlijklheid toe aan Filips van Gistel. Sanderus
schrijft:'Oeselgem bestaat uit driehonderd mergen lads en is voormaals
nevens Dentergem de heerlijkheid van het geslacht van Gruuten geweest, doch
behoort tegenwoordig aan de stam Lanhals'. (17de eeuw). Antoon de Gruutere,
heer van Eksaarde, oeselgem, groot-baljuw van het land van Waas in 1576,
overleed in 1581. Gerard-Joseph de Kerkhove, heer van Oeselgem ... was de
zoon van Frans en Anna Lanchals. Hij was leenman van de kasselrij van
Oudenburg van Gent van 1752 tot 1758 en overleed in 1763 op 45-jarige
leeftijd, na met Marie-Anne della Faille, vrouwe van Ter Elst en Landegem,
gehuwd te zijn geweest. Betekenis
van de gemeentenaam: Volgens sommigen betekent Oeselgem: woonplaats waar de
Leie kronkelt. Oeselen is dan een oud woord voor wiegewagen of kronkelen.
Volgens Chotin is het eerste gedeelte de eigennaam Oussel, Hutselin of
Husselin.
In de Deinzestraat nr 89 woonde de Tieltenaar Jozef Van Daele (1915-1985).
Deze leraar was vooral bedrijvig als auteur van toneelwerk, waarvoor hij
herhaaldelijk onderscheiden werd.
|