Schepencollege Gemeenteraad Gecoro PWA OCMW
. Gecoro .
|
Samenstelling GECORO
VERENIGINGEN :
Namens de milieubeschermers : Vervaecke Marc, plaatsevervangend Demedts Anja Namens de werknemers : Demaeght Marc, plaatsvervangend Allaert Rita Namens de handelaars : Bossuyt Christ, plaatsvervangend Verschuere Annie Namens de landbouwers : Wolfcarius Etienne, plaatsvervangend Verkinderen Isabelle. Namens de werkgevers : Taelman Luc, plaatsvervangend Levrau Alfons. Mw Sylvie Dewart, Stedenbouwkundig ambtenaar bij de gemeente, aan te stellen als secretaris bij de Gecoro.
|
|
Wat is Gecoro voor u? Het decreet op de ruimtelijke ordening legt de gemeenten de oprichting van een Gemeentelijke commissie voor de ruimtelijke ordening op. Tegen 1 mei moest de commissie opgericht zijn. De GECORO is de opvolger van de vroegere commissie van advies. De taak van de GECORO is het adviseren van het ruimtelijk beleid: inzonderheid het structuurplan en de uitvoeringsplannen. Het decreet en het uitvoeringsbesluit zijn duidelijk mbt de opdracht en de samenstelling. De juiste teksten vind je op www.vlaanderen.be De gemeente is binnen een beperkt kader vrij om haar commissie samen te stellen. Het kader wordt bepaald door de regelgeving. Deze stelt dat minstens ¼ van de leden deskundigen moeten zijn inzake ruimtelijke ordening. De overige leden zijn vertegenwoordigers van de voornaamste maatschappelijke geledingen binnen de gemeente. Gemeenteraadsleden (dus ook schepenen en burgemeester) kunnen geen lid zijn van de GECORO. Het aantal leden (voorzitter inbegrepen) is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt binnen volgende vorken het aantal leden. - minder dan 10.000 inwoners: minimum 7 en
maximum 9 leden (Dentergem:7931) De gemeenteraad beslist tevens welke maatschappelijke geledingen binnen de gemeente opgeroepen worden om één of meerdere vertegenwoordigers voor te dragen als lid. Het aantal maatschappelijke geledingen dat wordt opgeroepen is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente. - minder dan 10.000 inwoners: min. 3
verschillende maatschappelijke geledingen Het uitvoeringsbesluit bepaalt de verschillende
maatschappelijke geledingen die als onderling verschillend worden
beschouwd: Verenigingen kunnen zowel verenigingen met rechtspersoonlijkheid als feitelijke verenigingen zijn. Een maatschappelijke geleding staat voor alle subgeledingen: de christelijke, socialistische en liberale vakbond zijn subgeledingen. Indien de gemeenteraad 1 vertegenwoordiger van de werknemers vraagt dan moeten de drie samen afspreken. De voorzitter wordt voorgedragen door het
college. Hij/zij is een deskundige inzake ruimtelijke ordening. Uitgangspunt van het decreet is dubbel: de commissie moet blijk geven van deskundigheid en tegelijkertijd de maatschappelijke geledingen betrekken bij het ruimtelijk beleid. De commissie is voor de decreetgever dé structuur waar de betrokkenheid van de georganiseerde bevolking wordt georganiseerd. In deze commissie moet er immers een draagvlak gevonden worden. Naast deze commissie zijn er nog de officiële procedures inzake structuurplanning, uitvoeringsplannen, stedenbouwkundige aanvragen. Deze procedures bevatten zeker een bezwaarschriftenronde en soms een hoorzitting. Het ruimtelijk debat wordt op deze wijze gekanaliseerd en verengd. Inspraak vanuit de brede bevolking komt op de tweede plaats en wordt verengd tot het verdedigen van het eigenbelang of de schending van eigendom of omgeving. Het is bijkomend bijzonder moeilijk om inspraak te hebben in materies waarover een intens overleg gevoerd is geweest of zal worden. De gecoro staat inspraak niet in de weg, maar is geen antwoord op de problemen. Het blijft een uitdaging om inspraak te organiseren rond het ruimtelijk beleid. De commissie wordt bevolkt met deskundigen, minstens ¼ van de leden zijn deskundig. Structuurplanning en het voeren van een ruimtelijk beleid is geen gemakkelijke materie, integendeel. Het heeft een hoog abstractieniveau en vraagt een brede kennis. Deskundigheid is een vereiste. Deskundigheid wordt in de commissie geplaatst tegenover belangengroepen. Gesprek tussen de twee groepen zou een onderbouwd advies kunnen leveren. Ook dit maakt het naar inspraak moeilijk. Het onderbouwd karakter van een advies maakt het bijzonder moeilijk om dit tegen te spreken. Ook schepenen en gemeenteraadsleden zullen dit advies minder gemakkelijk kunnen counteren. Een moeilijke vraag. De regelgever heeft dit
niet bepaald. De bepaling ervan is in handen van de gemeenteraad. Drie
elementen spelen een belangrijke rol: Deskundigen zijn dus geen diplomadragers. Maar zijn geëngageerd. Duidelijk is dat dit moeilijke criteria zijn. Gemeentebestuurders zullen bijgevolg gemakkelijk terugvallen op diploma's. Toch is het noodzakelijk om de discussie over criteria aan te gaan. - deskundigen moeten niet wonen in de gemeente,
moeten wel een band hebben met de gemeente. Vergeet niet, er zijn ook deskundigen in de maatschappelijke geledingen. De regelgever bepaalt het aantal en de soort maatschappelijke geledingen, maar het is duidelijk dat er meer zijn dan opgesomd. Diegene die zijn opgesomd zijn diegene die je meestal in elke gemeente vindt. Maar er bestaan ook bewonersorganisaties, er is de jeugd met een grote ruimtevraag en ruimtebetrokkenheid, die ook een maatschappelijke geleding kunnen zijn. Het onderkennen van al deze maatschappelijke geledingen is belangrijk. Het type gemeente (buitengebied of stedelijk, economisch knooppunt of dienstencentrum, ...) bepaalt de soort maatschappelijke geledingen die aanwezig moeten zijn. Belangrijk in het debat is dat er een zekere representativiteit aanwezig moet zijn. Het kan niet dat in een gemeente van het buitengebied alleen landbouwers worden uitgenodigd en niemand van de milieu- of natuurbeweging. Over de taakstelling en het huishoudelijk reglement kun je meer lezen in de regelgeving en op de website van www.vvsg.be |