skip to content

Belastingscohieren Dentergem

Ook in Dentergem bestaan er een aantal gemeentelijke belastingen.
Zoals het lokaal pact voorschrijft, publiceren we hierna de integrale tekst van ieder belastingsreglement.

Samenvatting belastingscohieren

1. Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting 7,5 %
2. Opcentiemen op de onroerende voorheffing 1 475 opcentiemen
3. Opcentiemen op leegstands- en verkrottingsbelasting 50 opcentiemen
4. Algemene milieubelasting 45 Euro.
5. Bedrijfsbelasting 9 cent per m², min. 67 EUR
6. Belastingen op aanvraag milieuvergunningen
klasse I 1 250 EUR
Klasse II 750 EUR
Klasse III 25 EUR
Kleine verandering van een bestaande inrichting
klasse I of klasse II
250 EUR
 
Aanvraag tot exploitatie die na wijziging of aanvulling
vergunningplichtig wordt
25 EUR
 
Aanvraag tot overname van een vergunde inrichting 25 EUR
Veranderding van een bestaande 3e klasse
die na verandering 3e klasse blijft en geen deel
uitmaakt van een milieutechnische éénheid
die vergund is als 1e of 2e klasse
25 EUR
 
 
 
7. Afgifte administratieve stukken
A. Verblijfsvergunning vreemdelingen
(afgifte/vernieuwing/verlenging/vervanging)
eerste en elk volgende duplicaat
15 EUR
 
20 EUR
B. Afgifte elektronische identiteitskaarten
eerste en elk volgende duplicaat
15 EUR
20 EUR
    C. Afgifte identiteitsbewijzen kinderen <12 jaar:
  • Belgische kinderen (gewoon)
  • Vreemde kinderen (gewoon)
  • Belgische kinderen (elektronisch)
  • Vreemde kinderen (elektronisch)
1,5 EUR
1,5 EUR
12 EUR
15 EUR
    D. Reispassen
  • nieuw paspoort, normale procedure
  • nieuw paspoort, spoedprocedure
10 EUR
15 EUR
E. Afgifte van lijst inwoners 1,25 EUR/adres, min. 25 EUR
F. Afgifte van trouwboekjes 30 EUR
G. Afgifte van bouwvergunningen
en verkavelingsvergunningen
20 EUR
8 EUR (kleine werken)
H. Afgifte lijst verleende bouwvergunningen 5 EUR (periode één maand)
50 EUR (periode één jaar)
I. Afleveren algemene informatie
onroerende goederen decreet 18-05-1999
50 EUR
 
J. Afgifte gemeenteplannen 1,5 EUR/stuk
K. Organiseren openbaar onderzoek behandeling
stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning
30 EUR
 
L. Afgifte vergunning tot voorhanden hebben van verweervuurwapen 25 EUR
M. Afgifte van conformiteitsattest:
 
 
 
62,5 EUR/kamerwoning
+12,5 EUR/kamer vanaf 6de kamer
met max. totaal: 1250 EUR
61,97 EUR voor normale woning
8. Belastingen op de ontgravingen
   - van een lijkkist in volle grond, het bedrag van een noodkist niet inbegrepen
   - van een urne in volle grond, uit een columbarium of een urnenveld
     kosten voor de nieuwe naamplaat ten koste van de aanvrager
375 EUR
125 EUR
9.Belasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen
   gestort of achtergelaten op niet-reglementaire
   plaatsten of tijdstippen of niet-regelementaire recipiënten:
   - Kleine en middelgroot afval zoals flessen, blikken,
     zakken (met inbegrip van restafvalzakken van IVIO achtergelaten
     op het grondgebied van Dentergem door niet inwoners van Dentergem)
     Kartonnen dozen, klein huisraad, hondenpoep...
   - Groot afval, <500 kg zoals huisraad, bruin- en witgoed, matrassen...
   - Groot afval, >500 kg
 
 
 
125 EUR
 
 
 
250 EUR
500 EUR

Uitgebreide versie belastingscohieren

  1. Vaststellen van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting
  2. Vaststellen van de opcentiemen op de onroerende voorheffing
  3. Vaststellen van de opcentiemen op de door het Vlaams Gewest,geheven heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen.
  4. Algemene milieubelasting
  5. Belastingsverordening op bedrijven
  6. Belastingen op de aanvragen milieuvergunning
  7. Gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken
  8. Vaststellen van een belastingsreglement op de ontgravingen
  9. Gemeentebelasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen, gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.

 

Vaststellen van de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting

artikel 1: er wordt voor het dienstjaar 2009 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van dit dienstjaar.
artikel 2: de belasting wordt vastgesteld op zeven en een half procent van het volgens artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het Rijk verschuldigd is voor hetzelfde dienstjaar.
Het dienstjaar is hetzelfde als het aanslagjaar volgens de terminologie die gebruikt wordt in het wetboek van de inkomstenbelastingen.
Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingsplichtige heeft verworven in het aan het dienstjaar voorgaande jaar, dus in 2007 (dienstjaar min 1).
artikel 3: de vaststelling en de inning van de gemeentebelasting, zullen gebeuren door de zorgen van het bestuur der directe belastingen, zoals voorgeschreven bij art. 356 van het wetboek van de inkomstenbelastingen
artikel 4: deze beslissing zal ter kennisgeving aan de Hogere Overheid worden overgemaakt.

Vaststellen van de opcentiemen op de onroerende voorheffing

artikel 1: voor het dienstjaar 2009 worden er ten behoeve van de gemeente 1.475 opcentiemen op de onroerende voorheffing ingevoerd.
artikel 2: de invordering van deze gemeentebelasting zal gebeuren door toedoen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Budgettering, overeenkomstig de bepalingen van het wetboek van de inkomstenbelastingen
artikel 3: een afschrift van deze beslissing wordt aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Vaststellen van de opcentiemen op de door het Vlaams Gewest,geheven heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van gebouwen en/of woningen.

artikel 1: er worden voor het dienstjaar 2009, 50 opcentiemen geheven op de heffing ingesteld door het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald hoofdstuk VIII, afdeling 2.
artikel 2: de gemeente doet een beroep op het agentschap Vlaamse belastingsdienst, voor de inning van deze opcentiemen.
artikel 3: Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
- de provinciegouverneur
- het agentschap Vlaamse belastingsdienst

Algemene milieubelasting

artikel 1: voor het dienstjaar 2009 wordt, ten behoeve van de gemeente Dentergem, een algemene milieubelasting vastgesteld.
artikel 2: de belasting is ten laste van :
A. ieder gezin dat op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente het genot heeft van, of dit kan uitoefenen inzake om het even welke woning of woongelegenheid, wanneer het een goed betreft dat onroerend is door zijn aard, ongeacht of het gezin aldaar in de bevolkingsregisters is ingeschreven.
B. de natuurlijke of rechtspersonen en feitelijke verenigingen die op 1 januari van het aanslagjaar, als hoofd- en/of bijkomend activiteit op het grondgebied van de gemeente:
* een land- of tuinbouwbedrijf exploiteren
* een nijverheidsbedrijf exploiteren
* een handelsbedrijf exploiteren of een vrij beroep uitoefenen
* bejaardentehuizen en V.Z.W.’s
artikel 3: onder gezin wordt verstaan:
* hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft;
* hetzij een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk eenzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven. De belasting wordt gevestigd per gezin en is hoofdelijk verschuldigd door de gezinsleden ouder dan 18 jaar.
artikel 4: indien een natuurlijk persoon zowel volgens artikel 2A als art 2B belasting verschuldigd is, zal deze slechts éénmaal geheven worden.
artikel 5: de belasting bedraagt 45 euro per kalenderjaar. Ze is verschuldigd overeenkomstig de op één januari bestaande toestand. Elk begonnen jaar is volledig verschuldigd, met dien verstande dat de op 1 januari bestaande toestand in aanmerking wordt genomen.
artikel 6: de belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 24.12.96, zijn de bepalingen van titel VII (vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken I (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 7 tot 10 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintresten, rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het wetboek van de inkomstenbelastingen, en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 8: de belastingsplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Van het bezwaarschrift wordt er een ontvangstbewijs afgegeven.
artikel 9: deze verordening wordt aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Belastingsverordening op bedrijven

artikel 1: voor het dienstjaar 2009 wordt er ten gunste van de gemeente Dentergem, een algemene belasting geheven ten laste van de natuurlijke personen en de rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente hetzij een handels-, nijverheids-, land- en tuinbouwbedrijf exploiteren, hetzij er een vrij beroep of zelfstandige activiteit uitoefenen.
artikel 2: de belasting wordt berekend en gevestigd per afzonderlijke activiteitskern of bedrijfsvestiging op het grondgebied van de gemeente Dentergem.
artikel 3: het bedrag van de belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar vastgesteld op 9 cent per vierkante meter, met een minimum van 67,5 euro.
artikel 4: als belastbare oppervlakte komt in aanmerking: de totale oppervlakte zowel bebouwde als onbebouwde, die voor de uitoefening van de beroepsactiviteit of voor de bedrijfsuitbating wordt gebruikt of hiervoor noodzakelijk is, alsmede de oppervlakte van de aanliggende terreinen met inbegrip van alle aanhorigheden die een functionele band hebben met de uitoefening van de beroepsactiviteit of met de bedrijfsuitbating.
Komt niet in aanmerking en dient dienvolgens niet aangegeven te worden:
a. voor alle bedrijven: de oppervlakte van groenzones, en/of braakliggende grond
b. bovendien voor land- en/of tuinbouwbedrijven: de oppervlakte van hofplaatsen, weilanden en cultuurgronden, en de serres
Alle belastingplichtigen worden geacht over een belastbare activiteitskern of bedrijfsvestiging te beschikken waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
artikel 5: de belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.
De stopzetting of de vermindering van de activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot enige belastingsvermindering.
artikel 6: de belasting is niet verschuldigd door de rechtspersonen bedoeld in artikel 94, 2e en 3e lid van het wetboek van inkomstenbelastingen.
artikel 7: de belastingplichtigen zijn ertoe gehouden, ongeacht of zij er al dan niet werden toe uitgenodigd, per activiteitskern of bedrijfsvestiging, aangifte te doen van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar, en dit bij het gemeentebestuur van Dentergem, dienst gemeentebelastingen.
De aangifte kan enkel gedaan worden op het daartoe ter beschikking gestelde aangifteformulier dat bij voormelde dienst moet toekomen binnen een periode van 1 maand vanaf de verzending ervan.
Belastingplichtigen die geen aangifteformulier of onvoldoende aangifteformulieren ontvingen, zijn ertoe gehouden voor 1 juli van het aanslagjaar bij het gemeentebestuur de nodige aangifteformulieren aan te vragen.
Artikel 8: bij gebreke van een aangifte, of bij onvolledige, onjuiste, of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop deze aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen, volgend op de datum van verzending van deze betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 9: de overeenkomstig art. 8 van huidig besluit ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
artikel 10: de belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 24.12.96, zijn de bepalingen van titel VII (vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken I (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 7 tot 10 (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintresten, rechten en voorrechten van de schatkist, strafbepalingen) van het wetboek van de inkomstenbelastingen, en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Artikel 12: de belastingsplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting en de eventuele verhoging indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Van het bezwaarschrift wordt er een ontvangstbewijs afgegeven.
artikel 13: deze verordening wordt aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Belastingen op de aanvragen milieuvergunning

Artikel 1: er wordt voor de periode van 01 januari 2009 tot en met 31 december 2009 een gemeentebelasting gevestigd op:
- de exploitatie van een nieuwe inrichting van klasse 3, klasse 2 of klasse 1,
- de verandering van een gemelde inrichting,
- de verandering van een vergunde inrichting,
- de overname van een vergunde inrichting door een andere exploitant in toepassing van art. 2, 5 en 42 van bovenvermeld reglement.
Artikel 2: de belasting is verschuldigd zowel voor aanvragen tot een eerste opening of oprichting, als voor aanvragen tot hernieuwing van de machtiging of vergunning, of wanneer de inrichting zodanig gewijzigd wordt dat een nieuwe machtiging vereist is.
Artikel 3: de belasting wordt vastgesteld als volgt:
- voor de milieuvergunningsaanvragen klasse 1 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 1.250 euro
- voor de milieuvergunningsaanvragen klasse 2 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 750 euro
- voor de aanvragen van een kleine verandering van een bestaande inrichting eerste of tweede klasse houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 250 euro
Deze aanvragen kunnen omvatten:
· het exploiteren van een nieuwe derde klasse-inrichting die een milieutechnische eenheid vormt samen met vergunde inrichtingen vergund als eerste klasse of als tweede klasse
· het veranderen van een bestaande derde klasse-inrichting die na de verandering in de derde klasse blijft ingedeeld en die een milieutechnische eenheid vormt samen met vergunde inrichtingen vergund als eerste klasse of als tweede klasse
· het veranderen van een tweede of eerste klasse-inrichting, die na de verandering in dezelfde klasse blijft ingedeeld en die een milieutechnische eenheid vormt samen met vergunde inrichtingen vergund als eerste klasse of als tweede klasse
- voor de aanvragen tot exploitatie van een nieuwe inrichting klasse 3 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 25 euro
- voor de aanvragen tot exploitatie van een inrichting die na wijziging of aanvulling van de indelingslijst vergunningplichtig wordt, houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 25 euro
- voor de aanvragen van een verandering van een bestaande inrichting derde klasse die na verandering in de derde klasse blijft ingedeeld en die geen deel uitmaakt van een milieutechnische eenheid vergund als eerste of tweede klasse, houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 25 euro
- voor de aanvragen tot overname van een vergunde inrichting , houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunningen: 25 euro
Artikel 4: de belasting moet bij de aanvraag contant worden betaald.
Artikel 5: bij gebreke aan onmiddellijke betaling, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24.12.1996.
Artikel 6: de belastingsplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belasting op een andere wijze dan per kohier.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Van het bezwaarschrift wordt er een ontvangstbewijs afgegeven.
Artikel 7: onderhavig reglement wordt ter kennisgeving aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Gemeentebelasting op de afgifte van administratieve stukken

art. 1 : voor de periode van 01.01.2009 tot en met 31.12.2009 wordt er ten behoeve van de gemeente onder de navolgende voorwaarden een belasting geheven op de afgifte van administratieve stukken. Deze belasting valt ten laste van de personen of instellingen aan wie deze stukken op verzoek door de gemeente worden uitgereikt.
Het bedrag van de belasting wordt als volgt bepaald :
a) voor de afgifte van verblijfsvergunningen aan vreemdelingen :
- 15 euro voor elke verblijfsvergunning aan vreemdelingen bij de afgifte, vernieuwing, verlenging of vervanging ervan
- 20 euro voor het eerste en elk volgend duplicaat
b) voor de afgifte van elektronische identiteitskaarten
- 15 euro voor een eerste identiteitskaart
- 20 euro voor het eerste en elk volgend duplicaat
c) voor de afgifte van gewone identiteitsbewijzen voor Belgische en vreemde kinderen beneden de twaalf jaar 1,5 euro en voor de afgifte van elektronische identiteitsbewijzen voor Belgische kinderen 12 euro en voor vreemde kinderen 15 euro
d) op de afgifte van reispassen :
- 10 euro voor de afgifte van een nieuw paspoort gewone procedure
- 15 euro voor de afgifte van en nieuw paspoort spoedprocedure
e) voor de afgifte van een lijst van de inwoners per geboortejaar, per straat, per deelgemeente, gezinshoofden : 1,25 euro per adres met een minimum van 25 euro
f) op de afgifte van trouwboekjes : 30 euro
g) voor de afgifte van bouwvergunningen en verkavelingsvergunningen: 20 euro en voor de afgifte van vergunningen kleine werken 8 euro
h) voor de afgifte van een lijst van de verleende bouwvergunningen :
- in de periode van één maand : 5 euro
- in de periode van één jaar : 50 euro
i) voor het afleveren van algemene informatie betreffende onroerende goederen in toepassing van het decreet van 18.05.1999: 50 euro
j) op de afgifte van gemeenteplannen : 1,5 euro per exemplaar;
k) voor het organiseren van een openbaar onderzoek voor de behandeling van aanvragen stedenbouwkundige vergunning en/of verkavelingsaanvragen: 30 euro
l) op de afgifte van een vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen volgens KB van 20.07.2000: 25 euro per afgeleverde vergunning te verhogen met 8,5 euro zegels
m) op de afgifte van een conformiteitsattest :
- 62,5 euro per kamerwoning verhoogd met 12,5 euro per kamer vanaf de zesde kamer, zonder meer dan 1250 euro te mogen bedragen
- 61,97 euro voor een andere woning
art. 2 : de belasting wordt geheven op het ogenblik van de afgifte van het belastbare stuk. Het bewijs van de betaling van de belasting blijkt uit het aanbrengen op het betreffende stuk, van een kleefzegel waarop het belastingsbedrag vermeld is.
De aan de belasting onderworpen personen of instellingen die een verzoek tot het bekomen van één of ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van hun aanvraag het bedrag van de belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden.
art. 3 : zijn van de belasting vrijgesteld :
a) de stukken die krachtens een wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
b) de stukkken die aan behoeftige personen worden afgegeven, de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
c) de machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties;
d) de machtigingen met betrekking tot activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of retributie ten behoeve van de gemeente;
e) de mededeling door de politie aan de verzekeringsmaatschappijen, van de inlichtingen omtrent het gevolg dat gegeven werd ter zake van verkeersongevallen op de openbare weg;
f) de stukken die worden afgegeven aan al dan niet uitkeringsgerechtigde werklozen, pas afgestudeerden, laastejaarsstudenten, leerlingen van het laatste jaar secundair onderwijs en werkzoekende personen van wie het enig inkomen het bestaansminimum is...
De belanghebbenden dienen zelf het bewijs te leveren dat ze voor de vrijstelling in aanmerking komen en dat de bescheiden waarvoor ze de belastingsvrijstelling vragen, bij het solliciteren nodig zijn.
art. 4 : de belasting is niet toepasselijk op de afgifte van stukken die krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve van de gemeente onderworpen zijn.
Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten die de met het afgeven van reispassen belaste gemeente ambtshalve toekomen en waarvan sprake is in bijlage III bij de wet van 4 juli 1956.
art. 5 : zijn van de belasting vrijgesteld de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen.
art. 6 : de belastingen worden contant ingevorderd tegen de afgifte van een kleefetiket.
Bij gebrek aan onmiddellijke betaling wordt de belasting ingevorderd bij middel van een kohier overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24 december 1996.
art. 7 : de belastingsplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belasting op een andere wijze dan per kohier.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Van het bezwaarschrift wordt er een ontvangstbewijs afgegeven.
art. 8 : onderhavig reglement wordt ter kennisgeving aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Vaststellen van een belastingsreglement op de ontgravingen

artikel 1: voor een termijn, eindigend op 31.12.2009 wordt er ten behoeve van de gemeente, onder de hierna vermelde voorwaarden, een belasting op de ontgravingen geheven.
Artikel 2: Het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen. Behoudens gerechtelijk bevel is een opgraving verboden tijdens de periode van grafrust, die loopt tot 10 jaar na de begraving. Tijdens opgraving wordt de plaats ervan voor het publiek visueel afgeschermd.
Artikel 3:
a. Het bedrag van de belasting is vastgesteld op 375 euro voor het ontgraven van een lijkkist in volle grond/kelder. In het bedrag van 375 euro is een noodkist niet inbegrepen. De aanvrager heeft de keuze waar hij de noodkist op zijn/haar kosten laat bestellen.
b. Het bedrag van de belasting is vastgesteld op 125 euro voor het ontgraven van een urne in volle grond, uit een columbarium of een urnenveld. De kosten van de nieuwe naamplaat vallen ook ten laste van de aanvrager.
De belasting is niet verschuldigd voor :
a) ontgravingen in uitvoering van rechterlijke beslissingen
b) bevolen ontgraving van het stoffelijk overschot van militairen en burgers gesneuveld voor het vaderland
c) de opgravingen veroorzaakt door de bestemmingswijziging van de begraafplaats
Artikel 4: vooraleer de ontgraving plaats heeft, moet het bedrag van de belasting in bewaring gegeven worden bij de (gemeente)ontvanger die hiervoor kosteloos een ontvangstbewijs aflevert.
Artikel 5: bij gebreke aan onmiddellijke betaling, wordt de belasting ingevorderd door middel van een kohier, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24.12.1996.
Artikel 6: de belastingplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente.
Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belasting.
Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Van het bezwaarschrift wordt er een ontvangstbewijs afgegeven.
Artikel 7: onderhavig reglement wordt ter kennisgeving aan de Hogere Overheid overgemaakt.

Gemeentebelasting op het weghalen en verwijderen van afvalstoffen, gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.

Art. 1: Vanaf 01.01.08 en voor een termijn van 1 jaar, wordt ten voordele van de gemeente een belasting geheven op het weghalen van afvalstoffen, hondenpoep inbegrepen, die gestort of achtergelaten zijn op daartoe niet-voorziene plaatsen, tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.
Art. 2: De belasting is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen heeft achtergelaten, en ingeval er meerdere daders zijn wordt elk van hen hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting. Desgevallend is diegene die daartoe opdracht of toelating gaf hoofdelijk mede aansprakelijk voor de betaling van de belasting. De subsidiaire aansprakelijkheid van de eigenaar zal gelden indien kan aangenomen en bewezen worden dat de eigenaar ook effectief schuldig of medeplichtig is. Wat de hondenpoep betreft, is de begeleider of diegene die voor de hond verantwoordelijk is, de belasting verschuldigd.
Art. 3: De belasting wordt per afzonderlijke ophaalbeurt als volgt vastgesteld:
- € 125: klein en middelgroot afval zoals flessen, blikken, zakken (met inbegrip van restafvalzakken van Ivio achtergelaten op het grondgebied van Dentergem door niet-inwoners van Dentergem), kartonnen dozen, klein huisraad, hondenpoep,…
- € 250: groot afval (tot 500 kg) zoals groot huisraad, bruin- en witgoed, matrassen,…
- € 500: groot afval van meer dan 500 kg
Art. 4: De belasting wordt contant ingevorderd tegen de afgifte van een kwitantie. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
Art. 5: De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. De bezwaren moeten, om ontvankelijk te zijn, schriftelijk worden gedaan, met redenen omkleed zijn en overhandigd of per post verzonden worden binnen zes maanden na de datum van inning van de contante betaling. Wanneer het bezwaar het herstel beoogt van een materiële vergissing of stoffelijke misslag, en indien de betaling reeds is gebeurd, kan het nochtans geldig worden ingediend zolang de gouverneur de dienstjaarrekening van het jaar van de belasting niet heeft goedgekeurd.
Art. 6: Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake belastingen op inkomsten.
Art. 7: Onderhavig reglement wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.